Knieslijtage & knieartrose

Begrijpen wat er in uw knie gebeurt — en wat u eraan kunt doen, ook zonder operatie

Praktijk Dokter Mulder  |  Dokter Björn Mulder & Dokter Claudia Mulder  |  Rotterdam & Dordrecht

  Knieslijtage — knieartrose — is veel meer dan “een beetje slijtage”. Het is een aandoening waarbij het hele gewricht betrokken is: het kraakbeen, het gewrichtsslijmvlies, het bot eronder én de banden rondom de knie. Het geruststellende nieuws: bij de meeste mensen valt er veel te winnen zónder operatie. Bij Praktijk Dokter Mulder behandelen wij knieartrose met het volledige spectrum aan injectiebehandelingen — van prolotherapie en klassieke of hoge-dosis PRP (onze voorkeur) tot het Preservation Protocol, Arthrosamid, hyaluronzuur, een gerichte corticosteroïdinjectie en een kniepunctie. U heeft geen verwijsbrief nodig.

595 miljoen mensen leven wereldwijd met artrose — knieartrose is de meest voorkomende vorm (GBD 2021)1 op de 3 mensen boven de 75 jaar heeft klachten van knieartroseKnieartrose is wereldwijd een van de belangrijkste oorzaken van bewegingsbeperking bij volwassenen

HERKENT U DIT?

U bent ergens beland tussen de fysiotherapeut en de orthopedisch chirurg. De fysio heeft geholpen — maar na elke behandelreeks komen de klachten terug. De chirurg heeft een röntgenfoto gemaakt en slijtage vastgesteld, maar wil (nog) niet opereren. Te jong. Te oud. Te risicovol. Of misschien wilt u zelf nog geen operatie.

Misschien heeft u al een corticosteroïdinjectie gehad. De eerste maanden ging het beter — daarna was het weer zoals ervoor. Misschien heeft u hyaluronzuur geprobeerd. Wat verlichting, maar nooit de doorbraak die u zocht.

U zoekt iets dat niet alleen de pijn dempt, maar ook het gewricht zelf aanpakt. U zoekt de ruimte tússen fysiotherapie en een knieprothese — behandelingen waarvoor u geen verwijsbrief nodig heeft, maar die wél wetenschappelijk onderbouwd zijn. Dat is precies waar Praktijk Dokter Mulder voor staat.

MEER DAN PIJN — DE IMPACT OP UW LEVEN

Meer dan een knie die pijn doet — wat knieartrose met uw leven doet

  Knieartrose is niet alleen pijn bij het bewegen. Voor veel mensen verandert het langzaam hun héle leven: de sport die ze loslaten, het werk dat zwaarder wordt, de nachten die korter worden en de dingen met (klein)kinderen die er niet meer bij horen. Die “onzichtbare” gevolgen zijn vaak de échte reden waarom mensen hulp zoeken — en voor ons net zo belangrijk als het röntgenbeeld.

De meeste mensen merken het eerst ’s ochtends: de eerste stappen uit bed zijn stijf en pijnlijk, alsof de knie even “moet opstarten”. Verderop in de dag komt de pijn bij traplopen, bij lang staan, bij het opstaan uit een lage stoel. Het verraderlijke is dat het sluipend gaat. U past zich aan — een trap minder, een wandeling korter, de tuin wat vaker laten liggen — zonder het zelf goed door te hebben. Tot u op een dag merkt hoeveel u eigenlijk heeft losgelaten.

In de spreekkamer horen wij telkens dezelfde verhalen terug. Misschien herkent u er een paar:

  • De sporter die moet stoppen. De zaterdagvoetbal, het hardlooprondje, de tennisclub — op een gegeven moment gaat het niet meer. Niet alleen de inspanning valt weg, maar ook het team, de vaste afspraak, het stuk van uw identiteit dat erbij hoorde.
  • Niet meer kunnen ravotten met de kleinkinderen. Op de grond zitten en weer overeind komen, een kleinkind optillen, meerennen in de tuin — juist de momenten waar mensen het meest naar uitkijken, worden gemeden uit angst voor pijn de dag erna.
  • Kniepijn op de golf- of tennisbaan. Achttien holes worden er negen, en daarna twee dagen napijn. De sport die ontspanning zou moeten geven, wordt een afweging.
  • Werk dat zwaarder wordt — en inkomstenverlies. Voor wie staand of lopend werk doet, wordt een werkdag een gevecht. Onderzoek bevestigt dat artrose tot aanzienlijk productiviteits- en inkomstenverlies leidt, met de grootste impact in de leeftijdsgroep 55–64 jaar (Sharif et al., Osteoarthritis Cartilage 2016).
  • Slecht slapen door nachtelijke pijn. Bij gevorderde artrose komt de pijn ook ’s nachts. Een slechte nachtrust maakt de pijn overdag erger — en zo houdt het zichzelf in stand.
  • Sociaal terugtrekken. Afspraken afzeggen omdat lopen te veel wordt, niet mee op stap, de vakantie aanpassen. Het gevoel “er niet meer bij te horen” weegt vaak net zo zwaar als de pijn zelf.

  Dat dit zwaar weegt, blijkt ook uit de cijfers. Bij mensen van 70 jaar en ouder behoort artrose wereldwijd tot de belangrijkste oorzaken van “jaren geleefd met beperking” (GBD 2021). Knieartrose tast aantoonbaar de kwaliteit van leven aan — niet alleen lichamelijk, maar ook door verlies van zelfstandigheid, slaaptekort en sociale terugtrekking (Zhu et al., 2024).

Mensen komen zelden bij ons omdat er iets mis is op een röntgenfoto. Ze komen omdat ze hun kleinkind weer willen optillen, weer een rondje willen lopen, of gewoon een nacht willen doorslapen. Dát is wat wij willen herstellen — niet het beeld, maar het leven erachter.

— Dokter Björn Mulder, Arts voor Orthopedische Regeneratieve Geneeskunde, Praktijk Dokter Mulder

DE WETENSCHAP — WAT GEBEURT ER IN UW KNIE?

Wat is knieartrose werkelijk? De moderne kijk op een oud probleem

  Knieartrose is geen simpele “slijtageziekte” maar een complex, voortschrijdend proces waarbij het héle gewricht betrokken is: kraakbeen, gewrichtsslijmvlies, het bot eronder, de banden, de pezen en het vetweefsel rond het gewricht. De motor erachter is een zichzelf versterkende cyclus van mechanische overbelasting, sluimerende ontsteking en instabiele kniebanden.

Het kniegewricht als systeem — niet één structuur, maar vijf

Decennialang werd knieartrose gezien als een kraakbeenprobleem: het kraakbeen slijt, de knie doet pijn, klaar. Maar de moderne wetenschap laat zien dat artrose een “whole joint disease” is — een ziekte van het héle gewricht. Vijf structuren spelen een actieve rol:

StructuurNormale functieRol bij artrose
GewrichtskraakbeenSchokdemping, soepel en wrijvingsloos bewegenVerlies van proteoglycanen, afbraak van de collageenmatrix, kraakbeenerosie
Gewrichtsslijmvlies (synovium)Aanmaak gewrichtsvloeistof, voeding van het kraakbeenOntsteking (synovitis): instroom van afweercellen, productie van IL-1β, TNF-α en afbraakenzymen
Onderliggend bot (subchondraal)Mechanische steun onder het kraakbeenVerharding (sclerose), botcysten en botsporen (osteofyten)
Banden & gewrichtskapselStabiliteit en positiegevoel (proprioceptie)Verslapping → abnormale belasting → versnelde kraakbeenschade
Vetweefsel (infrapatellair)Schokdemping en lokale afweerProductie van ontstekingsbevorderende stoffen (leptine, resistine)

De vicieuze cirkel: hoe artrose zichzelf in stand houdt

Knieartrose begint bijna altijd met een verstoring in de belasting van het gewricht — door een blessure, gewichtstoename, spierverlies of verslapte banden. Daarna komt een zichzelf versterkende cascade op gang:

  • Een mechanische trigger. Een klap op de knie, een oude voetbalblessure, een kruisband- of meniscusletsel, of jarenlange overbelasting. De kraakbeencellen (chondrocyten) reageren op die verstoorde belasting.
  • De kraakbeencellen slaan om. Ze schakelen van opbouwend naar afbrekend gedrag en gaan enzymen produceren die de kraakbeenmatrix actief afbreken.
  • Het slijmvlies raakt ontstoken (synovitis). Afbraakdeeltjes prikkelen het gewrichtsslijmvlies. Dat maakt ontstekingsstoffen aan (IL-1β, TNF-α, IL-6), die nóg meer kraakbeenafbraak aanjagen — de cirkel is rond.
  • Het bot eronder verandert. Het bot verhardt en vormt botsporen (osteofyten) — wat juist meer pijn en minder beweging geeft.
  • Verslapte banden versterken het probleem. Naarmate pijn en ontsteking toenemen, verzwakken de banden en vermindert het positiegevoel. De knie wordt instabieler, gaat “schurend” bewegen en belast het kraakbeen verder — de cyclus versnelt.
  • Veroudering doet een schepje bovenop. Bij oudere mensen speelt “inflammaging” mee: een lichte, voortdurende ontstekingsneiging die de drempel voor lokale knieontsteking verlaagt en herstel bemoeilijkt.

  Waarom een foto wel slijtage toont, maar niet altijd de pijn verklaart: De hoeveelheid kraakbeenverlies op een MRI of röntgenfoto zegt maar matig iets over hoeveel pijn iemand heeft. Kraakbeen zélf bevat geen pijnzenuwen — de pijn ontstaat in het slijmvlies, het bot eronder en de banden en het kapsel. Wat ú voelt en kunt, telt voor ons zwaarder dan het beeld alleen.

Kellgren-Lawrence: de ernst van artrose in beeld

Op basis van de röntgenfoto wordt artrose ingedeeld in graden, volgens de internationaal gebruikte Kellgren-Lawrence (KL) schaal:

GraadRöntgenbeeldWat u kunt merkenBehandelkeuze Dokter Mulder
0NormaalGeen of lichte klachtenPreventie; prolotherapie bij instabiele banden
ITwijfelachtige versmalling, mogelijk beginnende botsporenMilde pijn, lichte stijfheidProlotherapie, eventueel klassieke PRP
IIDuidelijke botsporen, lichte versmallingMatige pijn, opstartpijn, beperkingProlotherapie + hoge-dosis PRP; overweeg Preservation Protocol, HA of Arthrosamid
IIIMeerdere botsporen, duidelijke versmalling, lichte verhardingForse pijn, nachtpijn, functiebeperkingHoge-dosis PRP (voorkeur) of Preservation Protocol + Arthrosamid; HA als aanvulling
IVErnstige versmalling/bot-op-bot, standsafwijkingErnstige pijn, sterke beperkingArthrosamid of hoge-dosis PRP; bespreek ook de chirurgische optie

Knieartrose is niet simpelweg “het kraakbeen dat op is”. Het is een dynamisch proces waarbij instabiele banden een abnormale belasting geven, die de afbraak op gang hóudt. Wie alleen het kraakbeen behandelt zonder de instabiliteit aan te pakken, lost het probleem maar half op.

— Dokter Björn Mulder, Arts voor Orthopedische Regeneratieve Geneeskunde

SYMPTOMEN

Hoe herkent u knieartrose?

  Typische klachten zijn: opstartpijn na rust, pijn bij lang lopen of traplopen, nachtelijke pijn, een gezwollen en warme knie, een krakend of “schurend” gevoel bij bewegen, en in een gevorderd stadium een zichtbare standsafwijking. Hoe erg de klachten zijn, verschilt sterk per persoon.

  • Opstartpijn: pijn en stijfheid de eerste minuten na opstaan of na lang zitten — zakt af zodra u op gang komt.
  • Pijn bij belasting: traplopen, lang lopen, knielen en opstaan uit een stoel worden geleidelijk lastiger.
  • Nachtelijke pijn: kenmerkend voor gevorderde artrose; verstoort de slaap.
  • Zwelling (hydrops): vocht in de knie door ontsteking van het slijmvlies; de knie voelt dik en strak.
  • Warmte en roodheid: tekenen van een actieve ontsteking in het gewricht.
  • Kraken (crepitatie): een krakend of klikkend gevoel bij bewegen.
  • Standsafwijking: O-benen of X-benen bij gevorderde artrose, door ongelijk kraakbeenverlies.
  • Spierverlies: door pijn en minder bewegen verzwakt vooral de bovenbeenspier (quadriceps) — wat de instabiliteit weer vergroot.

  Wanneer wel direct naar de huisarts of spoedeisende hulp? Bij plotselinge hevige pijn met koorts, roodheid en warmte van de knie — denk aan een gewrichtsinfectie (septische artritis), die direct behandeld moet worden. Ook bij een acuut ongeval met instabiliteit of als u de knie helemaal niet meer kunt belasten.

INFORMATIEPAGINA’S EN VIDEO’S

Bekijk onze video’s over knieartrose

Hieronder vindt u informatievideo’s van Praktijk Dokter Mulder over knieartrose en onze behandelingen. Wij voegen regelmatig nieuwe content toe aan ons YouTube-kanaal en onze VideoBlog.

BEHANDELOPTIES

Het volledige behandelspectrum bij Praktijk Dokter Mulder

Knieartrose kent geen één-aanpak-voor-iedereen. Welke behandeling — of combinatie — het beste past, hangt af van de ernst (KL-graad), de mate van ontsteking, of er vocht in de knie zit, uw leeftijd, uw activiteitenniveau en vooral: uw doelen.

Wij bieden het volledige spectrum aan niet-chirurgische injectiebehandelingen. Hieronder lichten we ze toe, van minst naar meest regeneratief. Onze voorkeur gaat bij de meeste mensen uit naar prolotherapie en hoge-dosis PRP.

1. Kniepunctie — vocht uit de knie afzuigen

Bij een fors gezwollen knie door vochtophoping (hydrops) kan het afzuigen van het overtollige vocht een eerste stap zijn, vóór verdere injectiebehandeling.

  • Wanneer: bij een duidelijk gezwollen, strakke, warme knie.
  • Effect: directe drukverlichting, minder pijn, en betere toegang voor de vervolgbehandeling.
  • Beperking: het pakt de oorzaak van het vocht niet aan — daarom altijd combineren met behandeling van de ontsteking en instabiliteit.
  • Bij ons: indien nodig doen we de punctie als onderdeel van de eerste sessie, direct gevolgd door de gewenste injectiebehandeling.

2. Corticosteroïdinjectie — de snelle ontstekingsremmer

Een corticosteroïd- (cortison-)injectie is een krachtige ontstekingsremmer die in het gewricht wordt gespoten. Decennialang de standaard, en nog steeds veel gegeven door orthopeden.

  • Werking: krachtige, snelle remming van de ontsteking.
  • Voordeel: snelle pijnverlichting, soms al binnen 24–48 uur; effectief bij een actieve ontsteking met vocht.
  • Nadeel — schadelijk voor kraakbeen: bij herhaald gebruik zijn corticosteroïden chondrotoxisch: ze remmen de aanmaak van gezonde kraakbeenbouwstenen. Onderzoek laat zien dat herhaalde injecties de kraakbeenafbraak juist kunnen versnellen.
  • Extra risico met verdoving: de combinatie met lidocaïne is in meerdere studies schadelijk gebleken voor kraakbeen (ESSKA-handboek, 2024).
  • Maximaal: niet vaker dan 3–4 keer per jaar in hetzelfde gewricht.
  • Ons standpunt: bij een hevige ontsteking kan één injectie een waardevolle eerste stap zijn om de “ontstekingsstorm” te doorbreken — als brug naar regeneratieve behandeling. Wij gebruiken het spaarzaam en gericht, nooit als standaard herhaalkuur.

3. Hyaluronzuur — smering en tijdelijke verlichting

Hyaluronzuur (viscosupplementatie) is een injectie met een gel die van nature in gezonde gewrichtsvloeistof voorkomt en het gewricht helpt “smeren”.

  • Werking: herstelt deels de smerende, schokdempende eigenschappen van de gewrichtsvloeistof; beperkt ontstekingsremmend.
  • Wat zegt het bewijs: gemengd. De meest recente netwerk-meta-analyse (Jawanda et al., 2024; 9.338 knieën) laat zien dat hyaluronzuur beter werkt dan placebo, maar duidelijk minder goed dan PRP — op zowel pijn als functie (rangscore 53% voor HA tegenover 91,5% voor PRP).
  • Ons gebruik: zinvol als monotherapie bij mildere artrose (KL I–II) of als aanvulling op PRP bij specifieke patiënten. Niet onze standaard-eerste keuze bij matige tot ernstige knieartrose.

4. Prolotherapie — onze eerste voorkeur bij knieartrose

  Prolotherapie is onze eerste en meest gebruikte behandeling bij knieartrose. Met gerichte injecties van geconcentreerde glucose op de aanhechtingen van de kniebanden en -pezen zetten we een gecontroleerd herstelproces in gang dat de stabiliteit van het gewricht herstelt — en zo de schadelijke belastingscyclus doorbreekt.

Bij prolotherapie spuiten we een geconcentreerde glucose-oplossing op de plekken waar banden en pezen aan het bot vastzitten. Die glucose zet een milde, gecontroleerde herstelreactie in gang: meer doorbloeding, vrijkomen van groeifactoren en aanmaak van nieuw, sterker bindweefsel (collageen).

Waar corticosteroïden de ontsteking onderdrukken zonder iets te herstellen, pakt prolotherapie het mechanische fundament aan: de verslapte banden die de abnormale, kraakbeen-beschadigende bewegingen veroorzaken.

Waarom bandstabiliteit zó belangrijk is bij knieartrose

Een instabiele knie is als een scharnier dat loszit: de wrijving is ongelijk verdeeld, het kraakbeen draagt op de verkeerde plekken en de slijtage versnelt. Door de banden rond de knie te versterken, herstelt prolotherapie de normale bewegingsmechaniek.

Wat zegt het wetenschappelijk bewijs?

  • Rabago et al. (Ann Fam Med, 2013): gerandomiseerde studie — prolotherapie gaf een significant grotere verbetering van pijn en functie dan oefentherapie of een placebo-injectie.
  • Rabago et al. (Complement Ther Med, 2015): follow-up na 2,5 jaar liet aanhoudende functionele verbetering zien.
  • Systematische review (Health Science Reports, 2024): dextrose-prolotherapie is even effectief of mogelijk effectiever dan hyaluronzuur, PRP en autoloog geconditioneerd serum voor functionele uitkomsten.

Hoe behandelen wij?

Wij behandelen het héle kniegewricht — niet alleen bínnen het gewricht, maar ook de aanhechtingen van de banden eromheen. Dat is essentieel: één injectie in het gewricht behandelt niet de instabiliteit die de artrose in stand houdt.

  • Frequentie: gemiddeld 4–6 sessies, met steeds 2–4 weken ertussen.
  • Verwacht effect: eerste verbetering na sessie 2–3; volledig effect na 12–16 weken.
  • Combinatie: prolotherapie gaat uitstekend samen met (hoge-dosis) PRP — dat versterkt het herstelsignaal aanzienlijk.

5. Klassieke PRP — de jarenlang bewezen standaard

  Klassieke PRP is platelet-rich plasma in standaardconcentratie — de vorm die internationaal al jarenlang wordt toegepast en onderzocht. Wij zetten het vooral in als leukocytenrijke PRP in combinatie met prolotherapie, gericht op de banden en pezen rond de knie.

Klassieke PRP levert dezelfde groeifactoren als hoge-dosis PRP, maar in een lagere concentratie. Voor band- en peesgericht herstel rond de knie is dat vaak voldoende, zeker in combinatie met prolotherapie. Bij uitgesproken artrose binnen het gewricht zelf kiezen wij doorgaans voor hoge-dosis PRP, omdat daar de bloedplaatjesdosering aantoonbaar het verschil maakt (zie hieronder).

6. Hoge-dosis PRP — de regeneratieve top

  Hoge-dosis PRP is platelet-rich plasma met een uitzonderlijk hoge concentratie bloedplaatjes. Dokter Björn Mulder werkt volgens een gestandaardiseerd, dosis-gedefinieerd protocol met meer dan 20 miljard bloedplaatjes per behandeling. Recent onderzoek (Bensa & Filardo, Am J Sports Med, 2025) bevestigt dat hoge-concentratie PRP klinisch duidelijk beter werkt dan lage-concentratie PRP — en dat alleen hoge-concentratie PRP op 12 maanden de drempel voor een betekenisvolle pijnverlichting haalt.

Wat is PRP en hoe werkt het?

PRP (platelet-rich plasma) is een concentraat van uw éigen bloed. We nemen een kleine hoeveelheid bloed af, centrifugeren dat, en isoleren het bloedplaatjesrijke plasma. Bloedplaatjes bevatten honderden groeifactoren die celdeling, weefselherstel, bloedvatvorming en kraakbeenbescherming aanjagen (o.a. PDGF, TGF-β, VEGF, IGF-1 en EGF).

In een artrotische knie doet PRP meerdere dingen tegelijk: het remt ontstekingsstoffen (IL-1β, TNF-α), stimuleert de kraakbeencellen, stuurt herstelcellen aan en doorbreekt de oxidatieve stress die de ontsteking voedt.

Waarom de concentratie zo cruciaal is

Niet alle PRP is gelijk — een van de meest onderschatte feiten in dit vakgebied. Standaard centrifuges leveren een concentratie van 3–6×, ver onder wat nodig is voor maximaal effect.

  Cruciale bevinding 2025 (PubMed): Bensa, Filardo et al. (Am J Sports Med, 2025; 18 gerandomiseerde studies, 1.995 patiënten): hoge-concentratie PRP geeft een klinisch betekenisvolle pijnverlichting op 3, 6 én 12 maanden. Lage-concentratie PRP haalt die drempel op 12 maanden niet. De bloedplaatjesconcentratie is dus een cruciale factor voor het resultaat.

Dokter Björn Mulder werkt volgens het principe van absolute bloedplaatjesdosering — niet de relatieve factor, maar het totale aantal geleverde bloedplaatjes bepaalt het resultaat:

  • Absolute dosering: >20 miljard bloedplaatjes per behandeling — het totale aantal geleverde bloedplaatjes is leidend, niet de relatieve factor.
  • Ruim boven standaard: gangbare centrifuges leveren slechts 3–6× concentratie, te laag voor maximaal effect.
  • Gestandaardiseerd protocol: dosis-gedefinieerd en op indicatie fijn af te stemmen, ontwikkeld binnen een intensief mentorschap en lopende samenwerking met Dokter Luga Podesta (Naples, Florida), internationaal erkend autoriteit op het gebied van orthobiologie en precisie-PRP.

Wat zegt het bewijs?

  • Jawanda et al. (Arthroscopy, 2024; 9.338 knieën): PRP behaalt de hoogste rangscore van alle behandelingen (91,5%) — ruim boven beenmergconcentraat (76,5%), hyaluronzuur (53,1%), corticosteroïden (15,2%) en placebo (13,7%).
  • Belk et al. (Arthroscopy, 2023; 27 topstudies): patiënten met PRP of beenmergconcentraat doen het significant beter dan met hyaluronzuur.
  • Oeding et al. (Am J Sports Med, 2024; 1.993 patiënten): PRP geeft een ruim twee keer zo grote kans op een succesvol resultaat als hyaluronzuur.
  • Drugs and Aging (2023): PRP kan worden gezien als een “disease-modifying” behandeling — het grijpt in op de kernmechanismen van knieartrose.

De vraag is niet meer óf PRP werkt bij knieartrose — dat bevestigen meerdere grote meta-analyses. De vraag is wélke PRP. Lage-concentratie PRP is aantoonbaar minder effectief op 12 maanden. Wij geven geen gemiddeld PRP, maar een dosis-gedefinieerd protocol met meer dan 20 miljard bloedplaatjes per behandeling. Dát is het verschil tussen een standaardprotocol en een protocol gericht op het resultaat dat de patiënt verdient.

— Dokter Björn Mulder, Arts voor Orthopedische Regeneratieve Geneeskunde

7. Preservation Protocol — onze meest complete regeneratieve combinatie

  Het Preservation Protocol combineert hoge-dosis PRP met alfa-2-macroglobuline (A2M) en een hyaluronzuur 80mg preparaat in één behandelconcept. PRP vormt de bewezen regeneratieve kern; A2M is een lichaamseigen molecuul dat kraakbeen-afbrekende enzymen kan binden (anti-katabool); het hyaluronzuur 80mg preparaat ondersteunt de smering en schokdemping. Bedoeld voor de patiënt met matige knieartrose die maximaal regeneratief wil inzetten.

Het idee achter het Preservation Protocol is om op drie fronten tegelijk in te grijpen in de vicieuze cirkel van knieartrose: het herstelsignaal versterken (PRP), de afbraak afremmen (A2M) en het mechanische milieu verbeteren (hyaluronzuur 80mg preparaat).

  • PRP — de bewezen kern: het regeneratieve fundament, met de sterkste wetenschappelijke onderbouwing van de drie componenten.
  • A2M — anti-kataboul: alfa-2-macroglobuline kan belangrijke kraakbeen-afbrekende enzymen binden. Het mechanistische bewijs is sterk; het klinische bewijs voor A2M als losse behandeling is jonger dan dat voor PRP. In dit protocol is A2M daarom een biologisch logische aanvulling op PRP, niet de hoofdrolspeler.
  • Hyaluronzuur 80mg preparaat — het milieu: ondersteunt de smerende en schokdempende eigenschappen van de gewrichtsvloeistof.

Voor wie is het Preservation Protocol geschikt?

  • KL-graad II–III knieartrose met matige klachten.
  • Onvoldoende of kortdurend effect van eerdere conservatieve behandeling of injecties.
  • Een actieve leefstijl en de wens om een operatie uit te stellen of te vermijden.
  • De wens om maximaal regeneratief in te zetten in één gecombineerd traject.

  Eerlijk over het bewijs: PRP heeft de sterkste evidence van de drie componenten; A2M is biologisch goed onderbouwd maar klinisch in een eerder onderzoeksstadium. Wij positioneren het Preservation Protocol daarom als een onderbouwde, maar intensieve combinatie — en bespreken vooraf altijd open wat u er wél en niet van mag verwachten.

8. Arthrosamid — het semi-permanente gewrichtsimplantaat

  Arthrosamid is een injecteerbaar, niet-biologisch hydrogel-implantaat (2,5% polyacrylamide) dat in het kniegewricht wordt gebracht en daar blijvend verankerd raakt. Het is een CE-gemarkeerd medisch hulpmiddel (2021). Klinisch onderzoek — met follow-up tot 5 jaar — laat aanhoudende verbetering zien in pijn, stijfheid en functie na één enkele injectie.

Arthrosamid is geen smeermiddel zoals hyaluronzuur. Het is een gel die zich in de knie verankert en daar een blijvend, flexibel “kussen” vormt dat meebeweegt met het gewricht. De gel raakt vergroeid met het gewrichtsslijmvlies en wordt zo onderdeel van het kapsel.

De werking is mechanisch én biologisch: het implantaat verdeelt de belasting gelijkmatiger, vermindert de pijnprikkels op het onderliggende bot, en studies laten ook een afname van de slijmvliesontsteking zien. Arthrosamid herstelt geen kraakbeen — het verbetert het functioneren van het gewricht en vermindert de klachten.

Klinisch bewijs — tot 5 jaar follow-up

  • Bliddal, Conaghan et al. (J Orthop Surg Res, 2025; 49 patiënten): één injectie geeft aanhoudende, significante verbetering van pijn, stijfheid en functie over 5 jaar, zonder ernstige bijwerkingen door het implantaat.
  • Bliddal et al. (Clin Exp Rheumatol, 2025; 3-jaars RCT-extensie, 119 patiënten): veilig en effectief op 3 jaar; gemiddelde verbetering van de WOMAC-pijnscore −13,1 punt (p<0,0001).

Voor wie is Arthrosamid geschikt?

  • KL-graad II–IV knieartrose met matige tot ernstige pijn.
  • Onvoldoende effect van hyaluronzuur of herhaalde corticosteroïdinjecties.
  • Patiënten die een operatie willen of moeten uitstellen.
  • Oudere patiënten bij wie het operatierisico te groot is.
  • Patiënten met een reden om geen biologische behandeling te krijgen.

  Praktisch bij Praktijk Dokter Mulder: Arthrosamid wordt uitsluitend uitgevoerd op onze locatie in Dordrecht door Dokter Claudia Mulder, gespecialiseerd in Arthrosamid en leefstijlgeneeskunde. De injectie wordt altijd voorafgegaan door een grondig consult. Arthrosamid en hoge-dosis PRP kunnen in sommige gevallen worden gecombineerd. Arthrosamid wordt niet vergoed vanuit de basisverzekering; de kosten bespreken wij vooraf transparant met u.

BEHANDELKEUZE

Welke behandeling past bij uw situatie?

De keuze is altijd maatwerk. De onderstaande tabel geeft een richtlijn op basis van de ernst, de klachten en uw behandelgeschiedenis. De definitieve keuze maken we altijd sámen met u tijdens het eerste consult.

BehandelingKL I–IIKL II–IIIKL III–IVActief vochtNa operatie
Kniepunctie✓ bij vocht✓ bij vocht✓✓ eerste stap
Corticosteroïd✓ kort▲ spaarzaam▲ spaarzaam✓ bij ontsteking
Hyaluronzuur✓ optie✓ aanvulling▲ beperkt✓ mild
Prolotherapie ✓✓ voorkeur✓✓ voorkeur✓✓ + PRPNa reductie✓✓
Klassieke PRP✓ optie✓ optie▲ beperktNa reductie
Hoge-dosis PRP ★★✓✓ voorkeur✓✓ voorkeur✓✓ sterke keuzeNa reductie✓✓
Preservation Protocol− (te licht)✓✓ sterke keuze✓ optieNa reductie
Arthrosamid− (te licht)✓ bij HA-falen✓✓ sterke keuze

= onze eerste voorkeur   ★★ = onze tweede voorkeur (overlap groot)   ✓✓ = sterk geïndiceerd   = geïndiceerd   ▲ = spaarzaam / niet primair   − = niet aangewezen

De kracht van combinatietherapie

De effectiefste aanpak bij matige tot ernstige knieartrose combineert behandelingen die elkaar aanvullen:

  • Prolotherapie + hoge-dosis PRP: prolotherapie pakt de instabiele banden aan (het fundament); PRP geeft een krachtig herstelsignaal aan kraakbeen, slijmvlies en de hele gewrichtsomgeving.
  • Preservation Protocol: de geformaliseerde, meest complete combinatie — hoge-dosis PRP met A2M en een hyaluronzuur 80mg preparaat — voor wie maximaal regeneratief wil inzetten.
  • Punctie + PRP: bij vocht in de knie zuigen we eerst af, daarna direct PRP in een “schone” knie voor maximale opname.
  • Arthrosamid + PRP: in geselecteerde gevallen zinvol: Arthrosamid geeft mechanische bescherming, PRP stuurt het biologische milieu bij.
  • Corticosteroïd (eenmalig) + prolotherapie/PRP: bij een zeer actieve ontsteking kan één cortisoninjectie de storm doorbreken, gevolgd door prolotherapie of PRP zodra de ontsteking is gedoofd. Nooit gelijktijdig — cortison remt het herstellende effect van PRP.

Hoe ziet een behandeltraject eruit?

  Een typisch traject bij knieartrose bestaat uit 4–8 sessies over 3–5 maanden, afhankelijk van de ernst. De eerste verbetering treedt meestal op na 2–4 sessies. Belangrijk: vermijd ontstekingsremmers (NSAID’s zoals ibuprofen, naproxen en diclofenac) gedurende het hele traject — die remmen juist de herstelreactie.

  1. Eerste consult (Rotterdam of Dordrecht) — uitgebreid onderzoek, beoordeling van uw foto/MRI en een persoonlijk behandelplan.
  2. Sessies 1–3 — prolotherapie van de banden en pezen; indien zinvol direct met (hoge-dosis) PRP; bij vocht eerst een punctie. Tussen de sessies steeds 2–4 weken.
  3. Evaluatie na sessie 3 — we beoordelen de respons en stellen het plan zo nodig bij.
  4. Sessies 4–6 — prolotherapie + PRP (of het Preservation Protocol) in de consolidatiefase; de frequentie bouwen we af naarmate de knie stabieler wordt.
  5. Arthrosamid (indien zinvol) — na afronding van het prolotherapie/PRP-traject, of als alternatief bij KL III–IV — uitsluitend in Dordrecht.
  6. Follow-up — leefstijladvies, hervatten van sport en, indien gewenst, een onderhoudsstrategie.

  Belangrijk: geen ontstekingsremmers tijdens de behandeling. Ibuprofen, naproxen, diclofenac en andere NSAID’s remmen de herstelreactie die de basis vormt van prolotherapie en PRP. Paracetamol mag wel. Heeft u napijn na een sessie (24–72 uur)? Rust, ijs en paracetamol.

VEELGESTELDE VRAGEN

Veelgestelde vragen over knieartrose en behandeling

Kan knieartrose worden behandeld zonder operatie?

  Ja. Bij de meeste mensen met knieartrose — ook bij KL-graad III — is niet-chirurgische behandeling effectief in het flink verminderen van pijn en het verbeteren van de functie. Prolotherapie, hoge-dosis PRP, het Preservation Protocol en Arthrosamid zijn wetenschappelijk onderbouwde alternatieven voor een operatie, of een manier om een operatie uit te stellen.

Wat is beter: PRP of hyaluronzuur bij knieartrose?

  Op basis van het huidige bewijs is PRP duidelijk beter dan hyaluronzuur. In de grootste netwerk-meta-analyse tot nu toe (Jawanda et al., 2024; 9.338 knieën) scoort PRP 91,5% tegenover 53,1% voor hyaluronzuur. Belangrijk: niet alle PRP is gelijk — hoge-concentratie PRP werkt op 12 maanden aantoonbaar beter dan lage-concentratie PRP (Bensa & Filardo, 2025).

Wat is het verschil tussen klassieke en hoge-dosis PRP?

  Klassieke PRP heeft een standaardconcentratie en wordt vooral leukocytenrijk en in combinatie met prolotherapie ingezet voor band- en peesgericht herstel. Hoge-dosis PRP levert een veel hogere bloedplaatjesdosering (>20 miljard per behandeling). Recent onderzoek bevestigt dat juist die hogere concentratie op 12 maanden het verschil maakt voor pijnverlichting bij knieartrose.

Wat is het Preservation Protocol?

  Het Preservation Protocol combineert hoge-dosis PRP met alfa-2-macroglobuline (A2M) en een hyaluronzuur 80mg preparaat. PRP vormt de bewezen regeneratieve kern, A2M remt kraakbeen-afbrekende enzymen en het hyaluronzuur 80mg preparaat ondersteunt de smering. Het is bedoeld voor patiënten met matige knieartrose (vooral KL II–III) die maximaal regeneratief willen inzetten.

Hoe verschilt uw PRP van standaard PRP?

  Standaard PRP-protocollen halen een concentratiefactor van 3–6×. Dokter Björn Mulder werkt volgens een gestandaardiseerd, dosis-gedefinieerd protocol met meer dan 20 miljard bloedplaatjes per behandeling, gebaseerd op het principe van absolute bloedplaatjesdosering. Recent onderzoek bevestigt dat hoge-concentratie PRP betere en langdurigere resultaten geeft.

Hoe lang werkt Arthrosamid?

  Klinisch onderzoek laat zien dat één enkele injectie Arthrosamid aanhoudende verbetering geeft tot 5 jaar na de behandeling, zonder ernstige bijwerkingen door het implantaat (Bliddal et al., J Orthop Surg Res 2025). In een 3-jarige gerandomiseerde extensie bleef de pijnverbetering significant op 3 jaar. Arthrosamid is een CE-gemarkeerd medisch hulpmiddel (2021) en wordt niet vergoed vanuit de basisverzekering.

Is prolotherapie bewezen effectief bij knieartrose?

  Ja. Meerdere gerandomiseerde studies — waaronder het toonaangevende onderzoek van Rabago et al. (2013) en de follow-up uit 2015 — laten een significante verbetering van pijn en functie zien. Een systematische review uit 2024 concludeert dat dextrose-prolotherapie even effectief of mogelijk effectiever is dan hyaluronzuur, PRP en autoloog geconditioneerd serum voor functionele uitkomsten.

Zijn corticosteroïdinjecties schadelijk voor mijn knie?

  Herhaald gebruik van corticosteroïdinjecties wordt in meerdere studies in verband gebracht met versnelde kraakbeenafbraak, vooral in combinatie met lidocaïne. Wij gebruiken ze daarom spaarzaam — alleen als kortdurende brug bij een hevige ontsteking, gevolgd door regeneratieve behandeling.

Hoe maak ik een afspraak? Is een verwijsbrief nodig?

  Nee, u kunt direct een afspraak maken in Rotterdam of Dordrecht — geen verwijsbrief nodig. Prolotherapie en PRP bieden we op beide locaties aan. Arthrosamid uitsluitend in Dordrecht, bij Dokter Claudia Mulder. Afspraken via 010–411 27 63 (Rotterdam) of 078–645 48 90 (Dordrecht), of per e-mail via contact@doktermulder.nl.

Worden de behandelingen vergoed door mijn zorgverzekeraar?

  Prolotherapie, PRP, het Preservation Protocol en Arthrosamid vallen niet in het basispakket. Sommige aanvullende verzekeringen vergoeden (een deel van) de kosten. We adviseren u vooraf contact op te nemen met uw zorgverzekeraar. Kijk ook op onze pagina Vergoedingen voor actuele informatie.

ONS TEAM

Wie behandelt u?

BehandelaarSpecialisme & behandelingLocatie
Dokter Björn MulderArts voor Orthopedische Regeneratieve Geneeskunde. Specialisatie hoge-dosis PRP (>20 miljard bloedplaatjes), prolotherapie en het Preservation Protocol. Intensief mentorschap in precisie-orthobiologie met Dokter Luga Podesta (Naples, Florida). BIG: 49919529101Rotterdam & Dordrecht
Dokter Claudia MulderArts voor Orthopedische Geneeskunde. Arthrosamid-specialist, leefstijlgeneeskunde, bekkeninstabiliteit. BIG: 9921773201Dordrecht (Arthrosamid), Rotterdam

Klaar voor een andere aanpak van uw kniepijn?

Tijdelijke pijndemping is niet het doel. Structureel herstel van uw kniegewricht is het doel — door de onderliggende oorzaken aan te pakken: instabiele banden, ontsteking van het slijmvlies en degenererend kraakbeen. Zodat u weer kunt wat voor ú belangrijk is.

Geen verwijsbrief nodig. Direct contact met ons team in Rotterdam of Dordrecht.

Rotterdam: 010 – 411 27 63  |  Cor Kieboomplein 227  |  contact@doktermulder.nl

Dordrecht: 078 – 645 48 90  |  Overkampweg 381  |  contact@doktermulder.nl

WETENSCHAPPELIJKE REFERENTIES

Alle onderstaande bronnen zijn geverifieerd via PubMed (juni 2026).

1.  Katz JN, Arant KR, Loeser RF. Diagnosis and Treatment of Hip and Knee Osteoarthritis: A Review. JAMA. 2021;325(6):568-578. PMID: 33560326.

2.  GBD 2021 Osteoarthritis Collaborators. Global, regional, and national burden of osteoarthritis. Lancet Rheumatol. 2023;5(9):e508-e522. PMID: 37675071.

3.  Sharif B, Garner R, Hennessy D, et al. Productivity costs of work loss associated with osteoarthritis in Canada. Osteoarthritis Cartilage. 2016;25(2):249-258. PMID: 27666512.

4.  Zhu S, Qu W, He C. Evaluation and management of knee osteoarthritis. J Evid Based Med. 2024;17(3):675-687. PMID: 38963824.

5.  Bensa A, Previtali D, Sangiorgio A, Boffa A, Salerno M, Filardo G. PRP Injections for the Treatment of Knee Osteoarthritis: The Improvement Is Clinically Significant and Influenced by Platelet Concentration. Am J Sports Med. 2025;53(3):745-754. PMID: 39751394.

6.  Jawanda H, Khan ZA, Warrier AA, et al. PRP, BMAC, and HA Injections Outperform Corticosteroids in Pain and Function Scores. Arthroscopy. 2024;40(5):1623-1636. PMID: 38331363.

7.  Belk JW, Lim JJ, Kraeutler MJ, et al. Patients With Knee OA Who Receive PRP or BMAC Have Better Outcomes Than Patients Who Receive HA. Arthroscopy. 2023;39(7):1714-1734. PMID: 36913992.

8.  Oeding JF, Varady NH, Fearington FW, et al. PRP Versus Alternative Injections for Osteoarthritis of the Knee. Am J Sports Med. 2024;52(12):3147-3160. PMID: 38420745.

9.  Bliddal H, Hartkopp A, Beier J, Conaghan PG, Henriksen M. A prospective, open-label clinical investigation of a single intra-articular polyacrylamide hydrogel injection in participants with knee osteoarthritis: a 5-year extension study. J Orthop Surg Res. 2025;21(1):43. PMID: 41387884.

10.  Bliddal H, Beier J, Hartkopp A, Conaghan PG, Henriksen M. Three-year follow-up from a randomised controlled trial of a single intra-articular polyacrylamide hydrogel injection in subjects with knee osteoarthritis. Clin Exp Rheumatol. 2025;44(5):996-1003. PMID: 41487107.

11.  Rabago D, Patterson JJ, Mundt M, et al. Dextrose prolotherapy for knee osteoarthritis: a randomized controlled trial. Ann Fam Med. 2013;11(3):229-237. PMID: 23690322.

12.  Rabago D, Mundt M, Zgierska A, Grettie J. Hypertonic dextrose injection (prolotherapy) for knee osteoarthritis: Long-term outcomes. Complement Ther Med. 2015;23(3):388-395. PMID: 26051574.

13.  Kocaoglu S, Laver L, de Girolamo L, Compagnoni R (eds.). ESSKA Musculoskeletal Injections Manual 2024. Springer. — Corticosteroïd-chondrotoxiciteit, synergistisch effect met lidocaïne.

Bronvermelding: gegevens uit wetenschappelijke artikelen zijn opgehaald via PubMed; de volledige artikelen zijn bereikbaar via de bijbehorende DOI/PMID.