In het kort
Perineurale Injectie Therapie — ook wel NeuroProlotherapie genoemd — is een injectiebehandeling waarbij we een milde glucose-oplossing van 5% rond geïrriteerde of beklemde zenuwen brengen. Het doel is niet om pijn te onderdrukken maar om de oorzaak van de pijn aan te pakken: een chronisch geïrriteerd zenuwsegment dat de pijn voortdurend doorstuurt.
Hydrodissectie is een verwante techniek waarbij we onder echografische geleiding diezelfde dextrose 5% gebruiken om een zenuw vrij te maken van omringend weefsel — bijvoorbeeld bij een zenuw die vastzit in littekenweefsel of die wordt afgekneld in een nauwe tunnel.
PIT en hydrodissectie zijn — ondanks dezelfde vloeistof — twee verschillende technieken voor verschillende problemen. Op deze pagina leggen we beide uit.
Het verschil met prolotherapie
Veel patiënten vragen ons: gebruikt u nu glucose voor prolotherapie of voor perineurale injecties? Het antwoord is: beide, maar in een totaal andere concentratie, op een andere plek, voor een ander doel.
- Prolotherapie gebruikt een hoge concentratie glucose (12,5–25%) op pees- en ligament-aanhechtingen om een gecontroleerde herstelreactie in dat weefsel uit te lokken.
- Perineurale Injectie Therapie gebruikt een lage concentratie glucose (5%) rond zenuwen om de chemische irritatie van die zenuw te dempen.
De enige overeenkomst is het beginsel — glucose als injectievloeistof — en het feit dat we beide technieken regelmatig in één behandelplan combineren wanneer een patiënt zowel een onstabiel ligament als een geïrriteerde zenuw heeft.
Waarom 5% dextrose op een zenuw werkt
Wanneer een zenuw mechanisch of chemisch wordt geprikkeld — door een trauma, een operatie, een langdurig verkeerde houding, of chronische overbelasting — kan deze in een gevoeligheidstoestand raken die “neurogene inflammatie” wordt genoemd. Op het oppervlak van die zenuw worden bepaalde receptoren overactief, met name de TRPV1-receptor (dezelfde die we kennen van de “branderige” sensatie bij chilipepers).
Een geactiveerde TRPV1-receptor zorgt ervoor dat de zenuw chronisch pijn blijft signaleren — ook lang nadat de oorspronkelijke oorzaak is verdwenen.
5% dextrose, in lichaamswarme fysiologische oplossing, blijkt op deze TRPV1-receptoren een dempend effect te hebben. De zenuw krijgt rust, de neurogene inflammatie neemt af, en het pijn-signaal kalmeert. Dit is geen verdoving — patiënten merken meteen na de prik geen “tintelend gevoel” zoals bij lidocaïne. Het is een biologisch effect dat zich in de uren tot dagen na de behandeling ontwikkelt.
Hydrodissectie: de zenuw mechanisch vrijmaken
Sommige zenuwen geven pijn niet zozeer door chemische irritatie maar doordat ze fysiek vastzitten — verkleefd aan een spierfascie, ingeklemd in littekenweefsel, of opgesloten in een te nauwe anatomische tunnel. Het klassieke voorbeeld is het carpaaltunnelsyndroom, waar de mediaanzenuw in de pols beklemd zit. Maar het komt ook voor bij ulnarisbeklemming bij de elleboog, fibulariszenuw bij de knie, en bij zenuwen die na een operatie verkleefd zijn geraakt.
Onder echo-geleiding brengen we een dunne naald exact naast de zenuw en injecteren een groter volume van 5% dextrose. De vloeistof “opent” een ruimte tussen de zenuw en het omringende weefsel — vandaar de naam hydrodissectie: dissectie met vloeistof in plaats van met een mes. De zenuw komt vrij te liggen, krijgt weer ruimte om te bewegen tijdens normale activiteit, en de doorbloeding herstelt.
Hydrodissectie heeft daarmee een mechanisch én een neuro-biologisch effect: ruimte creëren, én — door de dextrose 5% — TRPV1-rust geven.
Waarvoor wij PIT en hydrodissectie inzetten
In onze praktijk passen we deze technieken toe bij:
- Carpaaltunnelsyndroom — een van de best onderzochte indicaties
- Cubitaaltunnelsyndroom (ulnarisbeklemming bij de elleboog)
- Syndroom van Maigne — pijn vanuit thoracolumbale zenuwen die uitstraalt naar bil, lies of flank
- Occipitale neuralgie — hoofdpijn vanuit de achterzijde van de schedel, uitstralend naar voorhoofd of slaap
- Chronische pijn rond littekens na operatie of trauma, waarbij oppervlakkige zenuwen verkleefd zitten in litteken-weefsel
- Pijn na herniaoperatie met hardnekkige uitstraling die niet aan een radiculair probleem toe te schrijven is
- Plantaire fasciitis met sensitisatie van oppervlakkige takken van de tibialiszenuw
- Hardnekkige tenniselleboog en golferselleboog waarbij naast de pees-aanhechting ook de oppervlakkige takken van de radialis- of ulnariszenuw gevoelig zijn
- Nek- en schouderpijn met betrokkenheid van oppervlakkige cervicale zenuwtakken
- Pijn rond de SI-gewrichten met betrokkenheid van de cluniale zenuwen
Bij dieper liggende zenuw-beklemmingen (pudendalis, ischiadicus, supraclaviculair) voeren we de hydrodissectie altijd onder echo-geleiding uit, met grotere volumes en bredere aanpak.
Wat zegt de literatuur?
Het wetenschappelijk bewijs voor PIT en hydrodissectie met 5% dextrose is in het afgelopen decennium aanzienlijk gegroeid, vooral voor carpaaltunnelsyndroom.
De baanbrekende RCT van Wu et al. (2017) in Mayo Clinic Proceedings vergeleek perineurale 5% dextrose-injecties met een controlebehandeling bij patiënten met carpaaltunnelsyndroom. De dextrose-groep liet op zes maanden significant betere pijn-, symptoom- en functiescores zien, met aanhoudend effect (DOI).
Een recentere RCT van Ozge & Derya (2024) vergeleek perineurale 5% dextrose direct met corticosteroïd-injecties bij milde tot matige carpaaltunnel. Beide groepen verbeterden klinisch en elektrofysiologisch, met op zes maanden vergelijkbare uitkomsten. De auteurs concluderen dat 5% dextrose een geschikt alternatief is voor corticosteroïd bij patiënten die — terecht — terughoudend zijn over de bijwerkingen van steroïden (DOI).
Een uitgebreide systematische review met meta-analyses van Lam et al. (2023) in Diagnostics bracht zes meta-analyses samen over echo-geleide interventies bij carpaaltunnel. De belangrijkste conclusies: PIT met 5% dextrose was superieur aan controle-injecties, en — relevant voor de techniek-keuze — hydrodissectie met een groter volume dextrose was effectiever dan met een klein volume. Er werden geen ernstige bijwerkingen gerapporteerd (DOI).
De meest recente expert-review komt van Colorado et al. (2025) in Muscle & Nerve, en behandelt echo-geleide hydrodissectie voor entrapment-neuropathieën breed. De auteurs concluderen dat 5% dextrose in water (D5W) het voorkeursmiddel is voor hydrodissectie van zenuwen — boven fysiologisch zout, hyaluronzuur of corticosteroïd — wanneer geen ontstekingsremming is geïndiceerd. Hydrodissectie wordt gepositioneerd als optie wanneer conservatieve maatregelen onvoldoende werken, maar vóór operatie (DOI).
De oorspronkelijke ontwikkelaar van het concept perineurale dextrose-injecties is dr. John Lyftogt uit Nieuw-Zeeland (geboren in Nederland). Zijn vroege publicaties over chronische lage rugklachten, achillespees-tendinopathie en hardnekkige knie-, schouder- en elleboogpijn vormen het fundament onder de techniek zoals die nu wereldwijd wordt onderwezen.
Wat u kunt verwachten
PIT (oppervlakkige injecties): tijdens een sessie geven we meerdere kleine, oppervlakkige prikjes langs het tracé van de geïrriteerde zenuw of zenuwtakken. De prikjes zijn klein en zeer goed verdraagbaar — patiënten beschrijven het vaak als minder belastend dan een prolotherapie-sessie. Een serie bestaat doorgaans uit vier tot zes sessies, met intervallen van één tot twee weken. Bij gunstige respons zien we meestal al na de eerste of tweede sessie verbetering.
Hydrodissectie (echo-geleid): vooral toegepast bij dieper liggende of mechanisch beklemde zenuwen. We werken met echografie zodat we de naald exact langs de zenuw kunnen positioneren. Vaak volstaat één tot drie sessies. Bij ernstig of langdurig carpaaltunnelsyndroom kan een herhaling na zes maanden zinvol zijn.
Voor beide geldt: ontstekingsremmers (NSAID’s zoals diclofenac, ibuprofen, naproxen) worden bij voorkeur vermeden in de eerste week na behandeling, omdat ze het biologisch effect kunnen dempen. Paracetamol mag wel.
Veiligheid
Perineurale Injectie Therapie en hydrodissectie met 5% dextrose hebben een uitstekend veiligheidsprofiel. De gebruikte oplossing is lichaamsvriendelijk, niet-toxisch en wordt door het lichaam binnen uren afgebroken. In de Lam-meta-analyse over carpaaltunnelsyndroom werden over alle onderzochte studies geen ernstige bijwerkingen gerapporteerd.
Lokaal kunnen voorbijgaande gevoeligheid of een kleine bloeduitstorting voorkomen. Bij echo-geleide hydrodissectie van diep gelegen zenuwen werken we onder steriele condities en op locaties met grote vasculaire structuren met extra zorgvuldigheid.
Belangrijk verschil met corticosteroïd-injecties: 5% dextrose veroorzaakt geen kraakbeenschade, geen huidatrofie, geen verzwakking van pezen, geen ontregeling van de bloedglucose. Dat maakt herhaling — wanneer het effect met de tijd afneemt — zonder problemen mogelijk.
Eerlijke verwachting
PIT en hydrodissectie zijn geen wondermiddel. Bij sommige patiënten zien we na drie sessies geen relevante verbetering — dan stoppen we. Bij andere zien we al na één behandeling een belangrijke verandering. De best gedocumenteerde indicatie is mild tot matig carpaaltunnelsyndroom; de bewijsstand voor andere indicaties is groeiend maar minder breed.
We bespreken vooraf wat u realistisch kunt verwachten, op basis van uw specifieke klacht en de huidige stand van de literatuur.