In het kort
Een corticosteroïd-injectie brengt een sterk ontstekingsremmend hormoon (meestal triamcinolon of methylprednisolon) gericht in op de plek van een actieve ontsteking — een gewricht, een slijmbeurs, een peesaanhechting of een zenuwomgeving. Voor acute, hevige ontstekingspijn is dit een van de snelste en meest effectieve interventies die we kennen.
Het is een symptomatische behandeling, geen regeneratieve. Goed gebruikt is het een waardevol instrument; verkeerd gebruikt kan het schadelijk zijn. We bespreken hieronder beide kanten.
Wat een corticosteroïd doet
Corticosteroïden zijn synthetische varianten van hormonen die uw bijnieren zelf maken. Bij injectie remmen ze lokaal de ontstekingscascade — de chemische signaalstoffen die zwelling, roodheid, warmte en pijn veroorzaken. Het effect is binnen enkele dagen voelbaar en houdt doorgaans weken tot enkele maanden aan.
In de spuit zit ook een lokaal verdovingsmiddel (lidocaïne). Dat dient twee doelen: directe pijnverlichting, en een diagnostische controle — als de pijn meteen na de injectie verdwijnt, weten we dat we de juiste structuur hebben aangeprikt.
Wanneer wij dit toepassen
Corticosteroïd-injecties zijn bij ons geïndiceerd voor situaties waarin acute ontsteking de bottleneck is:
- Frozen shoulder in de pijnlijke (inflammatoire) fase, vaak in combinatie met gerichte mobilisatie
- Subacromiale slijmbeursontsteking met aanhoudende rust- en nachtpijn
- Carpaaltunnelsyndroom met nachtelijke tintelingen
- De Quervain-tendovaginitis van de duimstrekkers
- Trigger finger (tendinitis stenosans)
- Acute peri-articulaire flare-up bij artrose, waarin het gewricht warm en gezwollen is
Het doel is niet “het gewricht genezen” maar het venster van rust en mobiliteit creëren waarin andere maatregelen — oefentherapie, gerichte regeneratieve behandeling, leefstijl — hun werk kunnen doen.
Wat we niet (meer) doen
De afgelopen jaren is het wetenschappelijk bewijs over de lange-termijneffecten van herhaalde corticosteroïd-injecties in artrotische gewrichten steeds duidelijker geworden.
Bharadwaj et al. publiceerden in 2025 in Radiology een analyse van de Osteoarthritis Initiative-cohort: patiënten die corticosteroïd-injecties in een artrotische knie kregen vertoonden op MRI significant méér artrose-progressie over twee jaar dan controlepersonen en dan patiënten die hyaluronzuur kregen. Symptomatisch gaven beide injecties pijnverlichting, maar structureel ging de knie achteruit bij corticosteroïden en juist licht vooruit bij hyaluronzuur (DOI).
Dit ligt in lijn met eerdere zorgen over chondrotoxiciteit van corticosteroïden in laboratoriumstudies en met de waarneming dat de combinatie met lidocaïne het kraakbeeneffect verder ongunstig beïnvloedt. Daarom kiezen wij voor artrose-gewrichten — vooral bij patiënten die hun gewricht nog jaren moeten meegaan — bij voorkeur voor regeneratieve alternatieven, en gebruiken we corticosteroïden bij artrose alleen als bewuste, tijdelijke onderbreker van een ontstekingsfase.
Praktische voorwaarden
Een corticosteroïd-injectie is een veilige behandeling onder drie voorwaarden:
- Juiste diagnose. Niet elke pijn is een ontsteking. Een verzwakte pees zonder actieve ontsteking heeft géén baat bij corticosteroïden — eerder schade. Daarom altijd een grondig onderzoek voorafgaand.
- Juiste techniek. Bij een aantal locaties (subacromiaal, carpaaltunnel, glenohumeraal) verbeteren ultrageluid-geleide injecties de precisie aanzienlijk. Pees-aanhechtingen krijgen de injectie peri-tendineus, nooit in de pees zelf.
- Gedoseerd gebruik. Per gewricht maximaal drie tot vier injecties per jaar, met een interval van minstens drie maanden. Voor pezen gelden striktere regels.
Bijwerkingen
Te verwachten en doorgaans onschuldig:
- Een “post-injectie flare” — toename van pijn gedurende 24 tot 72 uur, daarna omslag
- Tijdelijk rood of warm gelaat
- Tijdelijke ontregeling van de bloedglucose, vooral relevant voor diabetespatiënten met insuline
- Tijdelijke verandering van het menstruatiepatroon
- Lichte voorbijgaande bloeddrukstijging
Zeldzaam maar serieuzer: huidatrofie of pigmentverandering bij oppervlakkige injecties, peesverzwakking bij injectie in de pees, en — uiterst zelden — infectie. Bij alle injecties werken we onder steriele condities.
Wat u na de injectie doet
Geen zware belasting van het behandelde gewricht of structuur gedurende de eerste 48–72 uur. Geen warmte op de injectieplaats. Bij voorkeur ook geen NSAID’s in de eerste dagen — niet om het corticosteroïd te beschermen, maar omdat hun toegevoegde waarde minimaal is naast het sterke ontstekingsremmende effect van de injectie zelf. We geven schriftelijke leefregels mee na elke behandeling.
Eerlijke positionering
Een corticosteroïd-injectie is niet beter of slechter dan een andere behandeling — het is een ander instrument met een specifiek toepassingsgebied. Onze rol is om u te helpen kiezen op basis van wat uw klacht is, hoe lang u de uitkomst wilt laten meegaan, en wat de structuur van uw gewricht of pees verdraagt. Voor een acute slijmbeursontsteking is een corticosteroïd vaak de slimste interventie. Voor een geleidelijk slijtend gewricht zelden.