Behandelen met de eigen biologie van het lichaam — in een dosis die aantoonbaar werkt.
De behandeling in het kort
| Wat het is | Een injectie met sterk geconcentreerde bloedplaatjes uit uw eigen bloed |
| Waarvoor | Artrose, chronische peesklachten en ligamentletsel |
| Hoe | Bloedafname, dubbele centrifugatie, echogeleide injectie — één afspraak |
| Duur afspraak | Ongeveer 45 minuten |
| Dosis | Meer dan 20 miljard bloedplaatjes per sessie, per behandeling vastgelegd |
| Aantal sessies | 1–3, afhankelijk van indicatie en stadium |
| Eerste effect | Doorgaans na 4–6 weken |
| Verdoving | Lokale verdoving; geen narcose |
| Herstel | 48 uur rust voor het behandelde gebied, daarna geleidelijke opbouw |
| Locatie | Dordrecht |
| Verwijsbrief | Niet nodig |
Wat PRP is
PRP staat voor platelet-rich plasma: bloedplaatjesrijk plasma. Het wordt gemaakt van uw eigen bloed. Na een gewone bloedafname wordt het bloed in een centrifuge gescheiden, waarna de fractie met de bloedplaatjes wordt geïsoleerd en geconcentreerd. Dat concentraat wordt vervolgens onder echogeleiding precies daar ingebracht waar het weefsel beschadigd is.
Bloedplaatjes zijn geen passieve celletjes die alleen bloedingen stelpen. Ze zijn de startmotor van elk herstelproces in het lichaam. Zodra weefsel beschadigd raakt, zijn zij als eerste ter plaatse en geven ze een reeks signaalstoffen af — groeifactoren — die de rest van de herstelcascade in gang zetten.
Bij een injectie met PRP maakt u van dat mechanisme gericht gebruik: u brengt een grote hoeveelheid van die startmotoren rechtstreeks in weefsel dat er uit zichzelf te weinig van krijgt. Pezen, ligamenten, meniscus en kraakbeen zijn slecht doorbloed. Ze herstellen daarom traag, onvolledig, of helemaal niet — niet omdat het lichaam niet wil, maar omdat de logistiek ontbreekt.
Waarom “hoge dosis” geen marketing is
Er is één vraag die bepaalt of een PRP-behandeling werkt of niet: hoeveel bloedplaatjes komen er daadwerkelijk in het weefsel terecht?
Dat klinkt vanzelfsprekend. In de praktijk is het dat allerminst. Jarenlang werd PRP beschreven in concentratiefactor — “vijf keer geconcentreerd”, “acht keer boven normaal”. Maar een concentratiefactor zegt niets over het totaal aantal geleverde plaatjes. Vijf keer geconcentreerd in een klein volume kan minder plaatjes opleveren dan drie keer geconcentreerd in een groter volume. En het is het absolute aantal dat de biologie aanstuurt, niet de verhouding.
Deze verwarring verklaart een groot deel van de tegenstrijdige berichtgeving over PRP. Twee grote, methodologisch nette gerandomiseerde studies naar PRP bij knieartrose vonden geen effect. Beide gebruikten een preparaat met een lage plaatjesdosis. Als u een medicijn in een tiende van de werkzame dosis onderzoekt en concludeert dat het niet werkt, hebt u niet het medicijn getoetst maar de dosering.
Toen onderzoekers dosis wél gingen meten, ontstond een consistent beeld:
- Berrigan e.a. (2024) analyseerden 29 gerandomiseerde studies. Onderzoeken waarin gemiddeld ongeveer 5,5 miljard plaatjes werd toegediend, lieten consistent positieve resultaten zien. Onderzoeken rond 2,3 miljard plaatjes lieten geen effect zien. Er is dus een drempel.
- Bansal e.a. (2021) toonden in een gerandomiseerde studie bij knieartrose dat één enkele injectie met meer dan 10 miljard plaatjes na twaalf maanden significant beter presteerde dan hyaluronzuur op pijn, functie én loopafstand.
- Bensa e.a. (2025) vonden in een analyse van achttien studies dat alleen preparaten boven een bepaalde plaatjesconcentratie de klinisch relevante pijndrempel haalden — en dat op drie, zes én twaalf maanden tegelijk.
- Boffa e.a. (2024) volgden 253 patiënten met artrose graad 1 tot 3. Het faalpercentage was 15,0 procent bij een lage plaatjesconcentratie tegenover 3,3 procent bij een hoge.
- Bij de tenniselleboog liet Oeding e.a. (2025) zien dat de plaatjesconcentratie ruim de helft van de verschillen in behandeluitkomst verklaarde.
Het probleem is dat veel in de handel verkrijgbare PRP-systemen ontworpen zijn op snelheid en gebruiksgemak, niet op opbrengst. Zij leveren doorgaans een twee- tot viervoudige concentratie — vaak onder de drempel waarop een klinisch effect verwacht mag worden.
Daarom werken wij dosis-gedefinieerd. Er wordt niet gestuurd op concentratiefactor maar op het aantal bloedplaatjes dat het weefsel bereikt: meer dan 20 miljard per sessie, ruim boven de drempel die in de literatuur naar voren komt. Dat aantal wordt per behandeling vastgesteld, niet geschat.
Concentratie is een verhouding. Dosis is een hoeveelheid.
Wat er gebeurt na de injectie
Bloedplaatjes vormen op de injectieplaats een fibrinenetwerk — een fijnmazige eiwitstructuur die als biologisch depot fungeert. Daaruit komen gedurende dagen tot weken groeifactoren vrij. De belangrijkste:
| Groeifactor | Wat die doet |
|---|---|
| PDGF | Trekt herstelcellen aan en zet aan tot collageenaanmaak |
| TGF-β | Reguleert collageenopbouw en dempt de ontstekingsreactie |
| VEGF | Zet nieuwe bloedvatvorming in gang — cruciaal in slecht doorbloed weefsel |
| IGF-I | Stimuleert celgroei en kraakbeenherstel |
| FGF | Bevordert celdeling en weefselregeneratie |
Die laatste, de vaatnieuwvorming, verdient nadruk. In pees- en meniscusweefsel is een gebrekkige bloedvoorziening vaak de eigenlijke reden dat herstel uitblijft. Het herstellen van die microcirculatie is een van de meest onderschatte werkingsmechanismen van PRP — en het is precies het mechanisme dat een hogere plaatjesdosis vraagt.
Daarnaast is er een effect op pijn dat losstaat van weefselherstel: bloedplaatjes bevatten stoffen die de pijnprikkeling in het gewricht dempen. Dat verklaart waarom patiënten soms al verbetering merken voordat structureel herstel plausibel is.
Belangrijk om te begrijpen: PRP is geen pijnstiller die u toedient en die uitwerkt. Het is een biologische prikkel die een proces start. Dat proces heeft tijd nodig — weken, niet uren.
Waar Hoge Dosis PRP thuishoort
Er is een grote groep patiënten die tussen wal en schip valt. De klachten zijn te hardnekkig voor fysiotherapie alleen, maar niet ernstig genoeg — of de patiënt is te jong — voor een operatie. Internationaal heet die ruimte the space between physiotherapy and surgery. Het is precies de ruimte waarin de orthopedische geneeskunde werkt.
Binnen die ruimte is Hoge Dosis PRP een van onze krachtigste behandelingen. Niet omdat het de duurste of de nieuwste is, maar omdat het als een van de weinige niet-chirurgische opties aantoonbaar aangrijpt op het weefsel zelf in plaats van alleen op het symptoom.
Hoe dat zich verhoudt tot de rest:
Fysiotherapie en oefentherapie blijven de basis. Ze zijn dat vóór, tijdens én na een PRP-traject. Een gewricht dat biologisch beter wordt maar mechanisch verkeerd belast blijft worden, verliest die winst weer. In studies waarin PRP werd gecombineerd met begeleide oefentherapie hield het effect het langst aan — tot bijna twee jaar. Wij behandelen dus niet in plaats van fysiotherapie, maar bovenop een goed opgebouwd oefenprogramma.
Corticosteroïdinjecties en hyaluronzuur hebben elk hun eigen, legitieme plaats. Een corticosteroïd is uitstekend bij een acute ontstekingsflare, een bursitis of een capsulitis in de bevriezende fase — en soms als tijdelijke brug om een revalidatie op gang te krijgen. Hyaluronzuur heeft waarde bij mildere artrose waarbij vooral de smerende functie van het gewrichtsvocht tekortschiet. Wat ze niet doen, is weefsel herstellen. Dat is geen kritiek op die middelen; het is een verschil in werkingsprincipe. Palliatief tegenover regeneratief.
Klassieke PRP is bij ons een volwaardige, veelgebruikte behandeling en voor veel klachtbeelden ruimschoots voldoende — een hoeksteen, geen afgezwakte versie. De doseringsdiscussie hierboven gaat over commerciële preparaten die de effectieve drempel niet halen, niet over de manier waarop wij klassieke PRP bereiden. Hoge Dosis PRP is een tweede-generatie optie: relevant bij complexere, uitgebreidere of therapieresistente presentaties, bij grotere gewrichten, bij langer bestaande peesdegeneratie, en wanneer een eerder biologisch traject onvoldoende heeft opgeleverd. Welke van de twee passend is, volgt uit het lichamelijk onderzoek en het echobeeld — niet uit een prijslijst.
Een operatie is soms de juiste keuze en dat zeggen wij ook. Bij een complete peesruptuur, een instabiele fractuur, ernstige zenuwuitval of bij bot-op-bot artrose met continue pijn is een chirurgische oplossing geïndiceerd. Regeneratieve behandeling is dan geen alternatief maar uitstel. Wij zijn daar eerlijk over; het is precies wat u van een niet-chirurgisch arts mag verwachten.
Het is dus geen menukaart waarvan u het duurste gerecht kiest. Het is een ladder waarop u de trede neemt die bij uw weefsel en uw stadium past — en Hoge Dosis PRP is de trede waar de meeste mensen met een hardnekkig, structureel probleem uiteindelijk het meeste aan hebben.
Indicatie-overzicht
| Domein | Indicatie | Aandachtspunten |
|---|---|---|
| Artrose | Knieartrose, graad 1–3 | Best onderzochte indicatie; het meest overtuigende bewijs voor dosisafhankelijkheid |
| Heupartrose | Echogeleiding hier vereist, niet optioneel; bewijs kleiner en heterogener dan bij de knie | |
| Schouderartrose | Vaak in combinatie met peesproblematiek in dezelfde schouder | |
| Duim- en handgewrichten | Kleine gewrichten, precisie-injectie | |
| Facetgewrichten wervelkolom | Bij aanhoudende, gelokaliseerde rug- of nekpijn | |
| Peesklachten | Tenniselleboog (epicondylitis lateralis) | Sterke dosis-responsrelatie aangetoond |
| Golferselleboog (epicondylitis medialis) | ||
| Rotatorcuff-tendinopathie | Bij degeneratie en partiële scheuren, niet bij complete ruptuur | |
| Patellapeestendinopathie (jumper’s knee) | Veel voorkomend bij springsporten | |
| Achillespeestendinopathie | Zowel mid-portie als insertie | |
| Hielspoor / plantaire fasciopathie | Vaak na falen van steunzolen en oefentherapie | |
| Bursitis trochanterica / gluteale peesklachten | Meestal een peesprobleem, geen slijmbeursprobleem | |
| Ligamenten | Mediaal collateraal ligament (MCL) knie | PRP bevordert collageen type I en mechanische sterkte |
| Enkelbandletsel | Bij restklachten na een verzwikking die niet uitheelt | |
| SI- en iliolumbale ligamenten | Vaak in combinatie met prolotherapie | |
| Capsulaire ligamenten cervicale wervelkolom | Bij restklachten na whiplash | |
| Overig | Meniscusdegeneratie | Zonder mechanische blokkade; alternatief voor scopie bij degeneratief letsel |
| Bone marrow lesions (botmergoedeem) | Alleen bij MRI-bevestiging; vereist intra-ossale toediening als aanvulling |
Staat uw klacht niet op deze lijst? Deze lijst is niet compleet! Of uw specifieke klacht geschikt is, blijkt uit lichamelijk onderzoek en echografie.
Hoe de behandeling verloopt
1. Onderzoek eerst. Er wordt nooit geïnjecteerd zonder voorafgaand lichamelijk onderzoek. De diagnose wordt klinisch gesteld; de echo bevestigt hem. Een MRI is een momentopname en vertelt zelden het hele verhaal.
2. Voorbereiding. Ontstekingsremmers (NSAID’s zoals ibuprofen, naproxen of diclofenac) worden vanaf enkele weken vóór de behandeling gestaakt — ze remmen precies de biologische cascade die u wilt opwekken. Paracetamol mag wel. Een eerdere corticosteroïdinjectie in hetzelfde gebied vraagt een tussenpauze van enkele weken. Kom goed gehydrateerd; dat maakt de bloedafname en de opbrengst beter.
3. Bloedafname. Ongeveer 60 tot 120 milliliter via een gewone veneuze punctie in de arm. Vergelijkbaar met een bloeddonatie in het klein.
4. Bereiding. Een dubbele centrifugatie. De eerste scheiding haalt de rode bloedcellen van het plasma; de tweede, krachtigere, concentreert de bloedplaatjes tot een pellet. Die wordt geresuspendeerd en gecontroleerd op plaatjesaantal, zodat de dosis vaststaat vóór de injectie. Dit deel duurt 20 tot 30 minuten.
5. Injectie. Altijd onder echogeleiding — standaard, geen optie. Bij grotere of dieper gelegen structuren is dat de enige manier om te weten dat het preparaat werkelijk in de doelstructuur belandt. Lokale verdoving op verzoek.
De hele afspraak duurt ongeveer 45 minuten. U rijdt zelf naar huis.
Het protocol volgt de IOC-consensus over het gebruik van bloedplaatjesconcentraten, de ESSKA Musculoskeletal Injections Manual en de geldende IGJ-richtlijnen. De doseringssystematiek is gebaseerd op het werk van Bansal en collega’s en verder aangescherpt tijdens de fellowship bij dr. Luga Podesta in Naples, Florida.
Na de behandeling
De eerste dagen kunnen pijn en zwelling toenemen. Dat is geen complicatie maar het beoogde effect: u hebt een gecontroleerde herstelreactie opgewekt.
- 48 uur relatieve rust voor het behandelde gebied.
- Twee weken geen zware belasting of piekbelasting.
- Zes weken geen NSAID’s. Dit is de belangrijkste leefregel van het hele traject. Ontstekingsremmers onderbreken de cascade die u net op gang hebt gebracht. Paracetamol tot vier gram per dag verstoort dat proces niet en is dus het aangewezen middel bij napijn. Gebruikt u NSAID’s voor een andere aandoening, stop daar dan nooit op eigen initiatief mee — overleg eerst.
- Daarna geleidelijke, gefaseerde opbouw volgens het revalidatieprotocol: eerst bescherming, dan progressieve belasting, dan remodellering. Het weefsel is in de tussenfase biologisch actief maar mechanisch nog niet op sterkte. Te vroeg te veel doen is de meest voorkomende reden dat een verder correct uitgevoerde behandeling teleurstelt.
Aantal behandelingen en verwacht beloop
| Situatie | Aantal sessies |
|---|---|
| Peesklachten | 1–2 |
| Artrose graad 1–2 | 1–3 |
| Artrose graad 3 | meestal 2-3, met enkele weken tussenpauze |
Het beloop is opvallend consistent: de eerste merkbare verbetering komt doorgaans na vier tot zes weken, het maximale effect na twee tot drie maanden. Wanneer de behandeling aanslaat, houdt het klinische effect gemiddeld twaalf tot vierentwintig maanden aan. In een cohort van 167 patiënten dat twee jaar werd gevolgd, bleef de verbetering na herhaalde behandeling behouden of nam die verder toe. In combinatie met begeleide oefentherapie is een effectduur tot bijna twee jaar beschreven.
Wie na twee weken belt omdat er nog niets veranderd is, heeft geen falende behandeling maar een normaal beloop.
Veiligheid
Omdat het preparaat uit uw eigen bloed komt, bestaat er geen risico op afstoting of allergische reactie op het product zelf.
In een analyse van meer dan 76.000 behandelde patiënten had PRP het laagste bijwerkingenprofiel van alle intra-articulaire injecties: gemiddeld 0,05 bijwerkingen per patiënt, met ernstige bijwerkingen in 0,3 procent van de gevallen — tegenover 1,1 procent bij corticosteroïden en 0,7 procent bij hyaluronzuur. Het risico op een gewrichtsinfectie ligt volgens ESSKA-gegevens rond 0,005 procent. Wij hanteren daarnaast een eigen infectiepreventieprotocol.
De meest voorkomende reactie is tijdelijke toename van pijn en zwelling in de eerste dagen.
Hoge Dosis PRP is niet geschikt bij:
- een actieve infectie, lokaal of algemeen;
- stollingsstoornissen;
- gebruik van bloedverdunners die niet tijdelijk gestaakt kunnen worden;
- artrose graad 4 (bot-op-bot) — hier is de biologische basis om op verder te bouwen onvoldoende;
- een actieve maligniteit;
- verwachtingen die niet realistisch zijn. Ook dat bespreken wij liever vóór dan na.
Veelgestelde vragen
Is dit hetzelfde als een stamceltherapie? Nee. PRP bevat geen stamcellen. Het bevat bloedplaatjes en de signaalstoffen die daarin zitten opgeslagen. Die signaalstoffen kunnen de cellen die al in uw weefsel aanwezig zijn aanzetten tot herstel, maar er worden geen nieuwe cellen toegevoegd.
Doet het pijn? De bloedafname is een gewone prik. De injectie zelf voelt u; hoe sterk hangt af van de structuur. Bij een gewricht valt het meestal mee, bij een peesaanhechting is het intenser. Lokale verdoving is op verzoek beschikbaar.
Kan ik erna werken? Bij zittend werk meestal de volgende dag. Bij fysiek werk of werk met veel belasting van het behandelde gebied is enkele dagen aanpassing verstandig.
Groeit mijn kraakbeen hiervan terug? Wees wantrouwig tegenover iedereen die dat belooft. Wat het bewijs wel laat zien, is dat de pijn afneemt, de functie verbetert, en dat er aanwijzingen zijn voor behoud van kraakbeen — dus voor het remmen van verdere achteruitgang. Dat is iets anders dan aangroei, en het is voor de meeste patiënten precies wat telt.
Waarom niet gewoon een spuitje cortison? Omdat dat iets anders doet. Een corticosteroïd remt de ontsteking snel en effectief, wat bij een acute flare zeer welkom is. Het herstelt echter geen weefsel, en bij herhaald gebruik in hetzelfde gewricht zijn nadelige effecten op het kraakbeen beschreven. Als brug is het waardevol; als eindbehandeling bij een structureel probleem niet.
Wordt het vergoed? Niet vanuit de basisverzekering. Sommige aanvullende verzekeringen vergoeden een deel. Wij informeren u vooraf volledig over de kosten.
Heb ik een verwijsbrief nodig? Nee. U kunt rechtstreeks een afspraak maken. Breng eventuele eerdere röntgenfoto’s of MRI-verslagen mee.
Tot slot
Regeneratieve orthopedie is geen belofte van genezing. Het is de systematische toepassing van iets wat het lichaam al kan, op plaatsen waar het dat uit zichzelf onvoldoende doet — met een dosis die klopt, op een plek die met de echo is bevestigd, in een traject dat ook na de injectie doorloopt.
Dat vraagt precisie, geduld en eerlijkheid over de grenzen. Precies die drie dingen bepalen of deze behandeling voor u iets oplevert.
Björn Mulder, arts
Wetenschappelijke referenties
- Bansal H, et al. Intra-articular injection of platelet-rich plasma in knee osteoarthritis: a randomised controlled trial. 2021.
- Bensa A, et al. Platelet-rich plasma injections for knee osteoarthritis: dose-dependent clinical outcomes. American Journal of Sports Medicine, 2025.
- Bensa A, et al. Safety profile of intra-articular injections: systematic review of adverse events. 2025.
- Berrigan W, et al. Platelet dose and clinical outcomes in knee osteoarthritis: systematic review of 29 randomised controlled trials. Arthroscopy, 2024.
- Boffa A, et al. Platelet concentration and clinical outcome after PRP for knee osteoarthritis. American Journal of Sports Medicine, 2024.
- Boffa A, et al. Sixty years of intra-articular injections for knee osteoarthritis: systematic review. The Knee, 2025.
- Jawanda H, et al. Network meta-analysis of intra-articular injections for knee osteoarthritis. Arthroscopy, 2024.
- Kemmochi M, et al. Two-year outcomes after repeated PRP treatment. 2025.
- Oeding JF, et al. Platelet concentration and outcome variance in lateral epicondylitis. 2025.
- Oka S, et al. PRP combined with exercise therapy: long-term outcomes. 2025.
- ESSKA Musculoskeletal Injections Manual, 2024.
- IOC consensus statement on the use of platelet-rich plasma in sports medicine.