Knieartrose: kan Hoge Dosis PRP of Arthrosamid in mijn geval echt helpen?

Een knie die ’s nachts opspeelt. Een trap die u liever vermijdt. Een corticosteroïdinjectie die de eerste keer weken hielp, de tweede keer dagen, en de derde keer nauwelijks nog iets deed. Dat is meestal het moment waarop mensen gaan zoeken naar iets anders — en uitkomen bij namen die ze niet kennen.

De rode draad is eenvoudig: deze behandelingen zijn bedoeld om pijn te verminderen en het dagelijks functioneren te verbeteren bij een deel van de patiënten, vrijwel altijd naast goede revalidatie. Geen van beide kan een knie betrouwbaar “opnieuw opbouwen” of garanderen dat u een prothese vermijdt. Wie dat wél belooft, gaat verder dan de gegevens toelaten.

In dit artikel zetten we twee behandelingen naast elkaar die we in onze praktijk het meest toepassen bij knieartrose: Hoge Dosis PRP en Arthrosamid. Dezelfde knie, dezelfde klacht — maar twee fundamenteel verschillende ideeën over hoe je die klacht aanpakt.

Twee behandelingen, twee verschillende ideeën

Hoge Dosis PRP is lichaamseigen. We nemen bloed af, concentreren dat in ons laboratorium tot een plaatjesrijk preparaat, en spuiten het echogeleid in het kniegewricht. Het doel is de biologische omgeving in de knie beïnvloeden: minder ontstekingsactiviteit, een rustiger gewricht. Het is herhaalbaar, en er blijft niets achter dat er niet uit kan.

Arthrosamid is precies het tegenovergestelde: een synthetisch, niet-afbreekbaar polyacrylamide-hydrogel, een CE-gemarkeerd medisch hulpmiddel van Contura International A/S. Het blijft in de knie zitten. Het wordt niet gepresenteerd als regeneratieve behandeling en herstelt geen kraakbeen — het werkt op het gewrichtsslijmvlies en integreert als een zachte, dempende laag.

Lichaamseigen en herhaalbaar tegenover synthetisch en permanent. Die tegenstelling bepaalt uiteindelijk voor wie welke behandeling past.

Hoge Dosis PRP bij knieartrose: waarom “de dosis” het hele verhaal is

Wie gaat zoeken naar PRP bij knieartrose, vindt binnen tien minuten twee volstrekt tegengestelde conclusies. Dat is verwarrend, en het is ook goed te verklaren.

De studie die zegt dat het niet werkt

De RESTORE-trial (JAMA, 2021) is het bekendste negatieve onderzoek. Bij 288 patiënten van 50 jaar en ouder met mediale knieartrose (Kellgren-Lawrence graad 2 of 3) werden drie wekelijkse injecties gegeven met ofwel leukocytenarme PRP uit een commercieel systeem, ofwel een placebo-zoutoplossing. Deelnemers, injecteur én beoordelaar waren geblindeerd.

Na twaalf maanden was de gemiddelde pijnverandering −2,1 punten bij PRP tegenover −1,8 bij placebo, en het kraakbeenvolume van het mediale tibiaplateau veranderde met −1,4% tegenover −1,2%. Geen van beide verschillen was statistisch significant. Van de 31 vooraf vastgelegde secundaire uitkomsten lieten er 29 geen verschil zien. De conclusie van de auteurs was helder: deze bevindingen ondersteunen het gebruik van PRP bij knieartrose niet.

Dat is een serieuze studie en die verdient een serieus antwoord — geen wegwuifgebaar.

De studie die zegt dat het wél werkt

In hetzelfde jaar publiceerde Bansal een gerandomiseerd onderzoek onder 150 patiënten met matige knieartrose. Eén groep kreeg PRP met een absolute dosis van 10 miljard plaatjes, de andere groep 4 ml hyaluronzuur. Beide groepen werden een jaar gevolgd.

Na dat jaar waren de verschillen er nog steeds: significant betere WOMAC- en IKDC-scores in de PRP-groep, en een pijnvrije loopafstand in zes minuten die met ongeveer 120 meter was toegenomen tegenover 4 meter in de hyaluronzuurgroep. Ook de ontstekingsmarkers IL-6 en TNF-α daalden na een maand duidelijker in de PRP-groep. De conclusie van de auteurs was dat juist die absolute telling van 10 miljard plaatjes bepalend is voor een langdurig effect.

Het verschil zit niet in het woord “PRP”

Hier komt het aan op één inzicht: PRP is geen gestandaardiseerd product. Er staat hetzelfde etiket op, maar wat er in de spuit zit kan een factor tien of meer verschillen, afhankelijk van hoeveel bloed er wordt afgenomen en hoe het wordt verwerkt.

RESTORE gebruikte 5 ml leukocytenarme PRP per injectie uit een commercieel kant-en-klaarsysteem. De absolute plaatjesdosis per injectie wordt in de publicatie niet gerapporteerd — en dat is precies het probleem. Zonder die getallen is niet vast te stellen of de studie “PRP” heeft getest of “een te lage dosis PRP”.

Dit is inmiddels ook systematisch onderzocht. Een meta-analyse in International Orthopaedics keek naar de hoeveelheid afgenomen bloed als benadering van de totale toegediende plaatjesdosis, en vond dat grotere volumes samengingen met betere uitkomsten. Ter illustratie: één buisje van 8 ml bloed bevat bij gebruikelijke bloedwaarden ongeveer 1,2 tot 3,6 miljard plaatjes — ruim onder de 10 miljard die Bansal noemt. Uit 40 ml komt naar schatting 6 tot 18 miljard. De onderzoekers beoordeelden de bewijskracht overigens zelf als matig tot zeer laag, dus dit is een aanwijzing, geen uitsluitsel.

Het bredere beeld is gemengd maar niet somber: in de AAOS-literatuuroverzichten deed PRP het op de WOMAC-scores beter dan hyaluronzuur in negen van de twaalf kwalitatief hoogwaardige studies die dat maten — al vonden drie studies geen verschil.

Hoe wij het doen

Wij werken daarom met een doeldosis van ongeveer 10 miljard plaatjes, conform Bansal 2021, volgens een gestandaardiseerd bereidingsprotocol dat op indicatieniveau fijn-geregeld kan worden. De bloedafname is daarop afgestemd: standaard 60 cc bij één injectielocatie, meer wanneer er meerdere locaties behandeld worden. De injectie gebeurt altijd echogeleid, zodat het preparaat werkelijk in het gewricht terechtkomt en niet ernaast.

Eerlijk over de grens van wat we weten: er bestaat op dit moment geen grote, placebogecontroleerde trial die specifiek een hooggedoseerd PRP-preparaat heeft vergeleken met een placebo bij knieartrose. Bansal vergeleek met hyaluronzuur, niet met een zoutoplossing. De dosisrationale is goed onderbouwd en het onderscheid met de negatieve studies is verdedigbaar, maar het definitieve bewijs is nog niet geleverd. Dat hoort u van ons te horen vóórdat u kiest, niet erna.

Arthrosamid: wat betekent “één injectie” werkelijk?

Bij Arthrosamid gaat het om één intra-articulaire injectie van 6 ml polyacrylamide-hydrogel, in plaats van een reeks behandelingen. Het preparaat bestaat voor ongeveer 97,5% uit steriel water en 2,5% vernet polyacrylamide. De bedoeling is dat het in de knie blijft.

Die permanentie is het bepalende verschil met een biologische behandeling. Arthrosamid herstelt geen kraakbeen en wordt ook niet zo gepositioneerd. Het werkt op het gewrichtsslijmvlies — te vergelijken met een blusdeken over een smeulende ontsteking — en integreert als een zachte spacer. Het doel is symptomatisch: pijn, stijfheid en functie.

Wat de studies laten zien

De belangrijkste klinische data komen uit een open-label multicenteronderzoek onder 49 mensen met symptomatische, radiologisch bevestigde knieartrose. Na één echogeleide injectie van 6 ml verbeterde de gemiddelde WOMAC-pijnscore (0–100) met ongeveer 17,7 punten na 52 weken, met verbetering van stijfheid en fysiek functioneren. Ongeveer 62% voldeed aan de OMERACT–OARSI responder-criteria. Van de 49 patiënten voltooiden er 46 de follow-up, en er werden geen ernstige bijwerkingen aan het hulpmiddel toegeschreven.

Geruststellend, maar open-label. Dat is niet dezelfde zekerheid als een geblindeerd, placebogecontroleerd onderzoek — en die kritiek geldt hier net zo goed als bij PRP.

In gerandomiseerd onderzoek is polyacrylamide-hydrogel rechtstreeks vergeleken met één injectie hyaluronzuur: gedurende minstens één jaar ongeveer even effectief en even veilig, zonder duidelijke superioriteit. Dat plaatst het verwachte effect dichter bij bestaande symptoomverlichtende injecties dan bij een doorbraak — al blijft het mogelijk dat sommige patiënten een langere werkingsduur ervaren dan bij een klassiek viscosupplement.

Langere follow-uprapportages, waaronder verlengingen tot twee jaar, suggereren dat een deel van de patiënten de verbetering tot ongeveer 24 maanden vasthoudt. Ook die data zijn niet placebogecontroleerd, dus selectie- en uitvalbias blijven aannemelijk.

De afweging die u expliciet moet maken

Het echte nadeel van een permanent implantaat is dat het lastig terug te draaien is. Er is discussie — onder meer vanuit Britse ziekenhuisvoorlichting — over de vraag of Arthrosamid een latere knieprothese kan bemoeilijken. Robuuste gegevens daarover ontbreken op dit moment. Dat is geen reden om af te zien van de behandeling, wél een reden om die vraag vóór het besluit op tafel te leggen.

Praktisch: reumatische en reumatoïde aandoeningen zijn een contra-indicatie. Bij vergevorderde artrose (KL IV) is behandeling bespreekbaar, mits met realistische verwachtingen.

Hoe de behandeling bij ons verloopt

Wij geven Arthrosamid echogeleid intra-articulair, bij voorkeur via een retropatellair-laterale of mediale benadering, afhankelijk van wat bij uw knie het beste past. Vooraf krijgt u preventief antibiotica en een injectie met 10 ml lidocaïne 1%, eventueel gecombineerd met triamcinolon — dat wegen we per patiënt af.

Herstel en terugkeer naar activiteit

Beide behandelingen zijn poliklinisch, echogeleid en vergen geen operatiekamer. De verschillen zitten in de belasting van het traject en in het moment waarop u iets merkt.

Hoge Dosis PRP. Er is een bloedafname vooraf, dus het bezoek duurt langer. De knie kan 24 tot 48 uur vol of zeurderig aanvoelen; dat is een verwachte reactie, geen complicatie. De eerste dagen houden we de belasting laag, daarna volgt een gestage opbouw van lopen, spierkracht en conditie naast fysiotherapie. Afhankelijk van de indicatie gaat het om één behandeling of een korte serie.

Arthrosamid. Eén afspraak, één injectie. Vroeg belasten mag doorgaans meteen. Wel is het gebruikelijk om de eerste dagen impact laag te houden, zeker als de knie tijdelijk wat dikker of prikkelbaarder aanvoelt.

Wanneer merkt u iets? Bij beide behandelingen is het geen kwestie van dagen. In de PRP-literatuur worden verbeteringen doorgaans gevolgd over 3, 6 en 12 maanden, met in het onderzoek van Bansal behoud van effect na een jaar. Bij Arthrosamid wordt op dezelfde momenten gemeten, met in het open-labelonderzoek voordeel op 52 weken en bij een deel van de patiënten behoud tot ongeveer 24 maanden. Verwacht in beide gevallen een geleidelijke verandering over weken tot maanden.

En sport? In de gepubliceerde onderzoeken gaat het bij beide vrijwel uitsluitend om pijn- en functiescores, niet om “terugkeer naar hardlopen”. Hogere belasting volgt daarom een klachtgestuurde opbouw van kracht en controle over maanden, niet over dagen.

Hoe beslis ik wat de volgende stap is?

Het wordt een stuk overzichtelijker zodra de vraag verschuift van welke naam klinkt het meest geavanceerd naar een korte reeks klinische vragen. Deze kunt u aan elke ervaren musculoskeletale arts voorleggen.

Is de basis de afgelopen 6 tot 12 weken echt volledig benut? Gestructureerde fysiotherapie, belastingsopbouw, gewichtsafname waar dat speelt, passend schoeisel, eenvoudige pijnstilling. Injecties bij knieartrose zijn een aanvulling op revalidatie, geen vervanging ervan. Een knie die nooit goed getraind is, reageert op geen enkele injectie optimaal.

Hoe ver is de artrose op onderzoek én op beeldvorming? Bij lichte tot matige artrose (KL II–III) is er ruimte voor een biologische aanpak. Bij vergevorderde artrose verschuift de nadruk naar symptoomverlichting en naar een eerlijk gesprek over de prothese.

Wat is het doel, en is er een deadline? Werk, sport, slapen, of het uitstellen van een operatie. Een tijdkritisch doel rechtvaardigt een andere keuze dan “twaalf maanden minder dagelijkse pijn”.

Wilt u lichaamseigen blijven, of accepteert u een permanent implantaat? Dit is bij knieartrose de scherpste vraag van allemaal. Hoge Dosis PRP is lichaamseigen, herhaalbaar en laat niets achter. Arthrosamid is eenmalig en blijft zitten. In onze praktijk staat de biologische route meestal eerst; Arthrosamid komt in beeld wanneer die onvoldoende oplevert, of wanneer het klachtenpatroon en de wens naar één enkele behandeling daar beter bij passen.

Wat wij u kunnen bieden

In onze praktijk in Rotterdam en Dordrecht beoordelen we uw beeldvorming, kijken we wat er klinisch werkelijk aan de hand is, en vertalen we dat naar een realistisch plan. Soms is dat Hoge Dosis PRP. Soms Arthrosamid. Soms geen van beide, maar eerst een gerichte revalidatieopbouw — ook dat is een uitkomst.

Wilt u weten wat in uw geval verstandig is? Neem contact op via 010-4112763 of doktermulder.nl voor een afspraak.

Veelgestelde vragen

Voor wie zijn deze injecties geschikt? Voor mensen met knieartrose bij wie revalidatie en eenvoudige pijnstilling onvoldoende opleveren. Tijdens het consult beoordelen we hoe ver de artrose is en of het klachtenpatroon past bij een biologische of een symptoomverlichtende aanpak.

Ik las dat een grote studie liet zien dat PRP niet werkt. Klopt dat? Dat gaat vrijwel altijd over de RESTORE-trial uit JAMA (2021), die geen verschil vond tussen PRP en placebo. Die studie gebruikte 5 ml leukocytenarme PRP uit een commercieel systeem en rapporteert de absolute plaatjesdosis niet. Andere onderzoeken die wél met een hoge, expliciet genoemde dosis werkten, laten wel langdurig effect zien. Het woord “PRP” dekt dus zeer verschillende preparaten.

Waarom Hoge Dosis PRP en niet gewone PRP? Omdat PRP geen gestandaardiseerd product is en de dosis in veel studies niet eens wordt gerapporteerd. Wij werken met een doeldosis van ongeveer 10 miljard plaatjes conform Bansal 2021, volgens een vast bereidingsprotocol en met een daarop afgestemde bloedafname.

Herstelt Arthrosamid mijn kraakbeen? Nee. Arthrosamid is een CE-gemarkeerd medisch hulpmiddel dat is bedoeld om pijn, stijfheid en functie te verbeteren. Het herstelt geen kraakbeen en verandert het onderliggende artroseproces niet.

Kan ik na Arthrosamid nog een knieprothese krijgen? Er is onzekerheid over de vraag of het hydrogel een latere knieprothese kan bemoeilijken, en de gegevens daarover zijn beperkt. Dat is bewust een gespreksonderwerp vóór de behandeling.

Hoe lang werkt Arthrosamid? In het open-labelonderzoek was er na 52 weken nog duidelijk voordeel, en langere follow-up suggereert dat een deel van de patiënten dat tot ongeveer 24 maanden vasthoudt. Die langere data zijn niet placebogecontroleerd, dus over de precieze duur bij een individuele patiënt valt geen harde uitspraak te doen.

Kan ik beide behandelingen krijgen? Dat hangt af van het beloop. Ze sluiten elkaar niet automatisch uit, maar de volgorde is niet vrijblijvend: een biologische behandeling is na een permanent implantaat een andere afweging dan ervoor. We bespreken die volgorde daarom vooraf.


Björn Mulder, arts Dokter Mulder — Orthopedische Geneeskunde, Rotterdam en Dordrecht